Uno

Onze vlucht begon ietwat turbulent. We hadden express een plek tussen ons in vrijgelaten in de hoop dat er niemand tussen kwam. Wat dacht je? Onze Boeing 787 was net zo rijkelijk gevuld als een blik sardientjes. Mon dieu, dios mio. Geen probleem verder, ware het niet dat onze Franse middle man graag naast zijn meisje wilde zitten. Zijn vriendin kreeg een lichtelijke woedeaanval toen wij weigerden te verplaatsen. Ruby: ‘My friend has to sit near the isle for medical reasons’. De medische reden zijnde: dat ik zo’n 56 keer opsta tijdens te vlucht. De toon was gezet. Godzijdank wilde een lieve Keniaanse dame wisselen en zaten wij niet met Monsieur Visage Longue opgescheept. Het feest kon beginnen. Ruby en Santje op stap. 

Voorbereiding: ondermaats. 

Zin: bovengemiddeld. 

Drie vertraagde uren en zes gin-gingerales verder arriveerden we met een backpack vol zomeroutfits en slaapgebrek in Bogota, de hoofdstad van Colombia. Onze verwachtingen waren: onveilig, ongezellig en oninteressant. Dat bleek geheel waar. Daarom hebben we eigenlijk alleen maar gewandeld door een Harry Potter-achtige wijk, gegeten, een manicure gepopt (de best besteedde vier euro ooit en tevens Rub’s manicure-ontmaagding) en extra betaald om in het hostel te kunnen chillen omdat we maximaal lui waren. 

Ik sliep nog nooit in een dorm, maar voor deze middag vonden we het prima. En dat was het ook. We ontmoetten Sigur en Vincent. Sigur is het neefje van Ryan Gosling, komt uit Oslo en dacht dat Ruby Afrikaans was. We lagen in onze bunkbeds en die twee hadden elkaar nog niet gezien. Daar moest een spel van gemaakt worden: het raad-je-bunk-buddy spel. Santje loves mindgames. 

We vertrokken op tijd naar de nachtbus, maar er waren zieke traffic jams, dus we kwamen op ‘t randje op tijd aan. 7 uur later arriveerden we in Armenia, waar we de taxi naar Salento pakten. 5 uur ‘s ochtends, was hier alleen een hond te bekennen. Que tal? Gelukkig liep de nachtcongierge langs en mochten we op een uiterst oncomfortabele houten bank wachten tot de zon opkwam. Maar als je op vakantie bent, maakt niets uit. Het uitzicht bij zonsopgang was als een Kindersurprise ei. Bijzonder verrassend. 

Salento is een verademing. Eindelijk hebben we het vakantiegevoel. De straatjes zijn kleurrijk, de mensen ook. In karakter dan he. Overal lopen hondjes, overal hoor je muziek. En dat uitzicht. De eerste dag hebben we een groot stuk gewandeld en werden we welkom geheten in het pasgebouwde hutjesresort Terasu. We vroegen of we mochten spieken, en de gastvrije eigenaar gaf ons direct een tour. We zouden uit eten gaan en een Colombiaans spel spelen (tejo: platte stenen op explosieven gooien) maar vielen om 8 uur in slaap. Jut en jul on tour. 

Dag 3. 

We mogen vandaag niet vroeg in slaap vallen, zonde. We klappen een eitje (muchos huevos aqui) en pakken de jeep naar Valle De Cocora. Een vallei met ‘s werelds langste (of hoogste) palmbomen. De route erheen was al prachtig, dwars door de bergen. Eenmaal aangekomen was ik ervan overtuigd dat we de korte route moesten pakken. Veel mensen die we kennen deden de hike van 6 á 7 uur en hoewel hij heel mooi was, vonden ze hem allemaal vies tegenvallen qua heftigheid. Aan mijn lijf geen polonaise: ik wilde ‘s middags nog wat doen, maar bovenal ben ik gewoon lui. De korte route it is. Ruby en ik hebben trouwens besloten dat ik de vrouw ben in de relatie, en dus ook de broek aan heb. Wat bleek? Best. Choice. Ever. 

We maakten een korte hike omhoog naar het eerste viewpoint. Het uitzicht is als je aankomt al niet te omschrijven, en het wordt alleen maar beter. Het voelt zelfs een tikkeltje bizar, want je bent bijna helemaal alleen. Alsof je eigenhandig een nieuw wereldwonder ontdekt. Een fijn contrast met de andere plekken die ik heb mogen bewonderen – Halong Bay in Vietnam, Niagara Falls in Canada, de Batur vulkaan in Bali. Ze waren stuk voor stuk adembenemend, en stuk voor stuk gevuld met toeristen. Mensen zoals wij, dus. In Valle de Cocora heb je dat niet. 

Na een terugrit – hangend aan de achterkant van de jeep – lunchten we Colombiaans bij Abuela Los Amigos. Hun signature dish trucha en kippensoep met een hele kippenvoet erin. Rub santje: not amused. Maar was wel lekker. We wilden op aanraden van de eigenaar van Terasu naar de ezelboerderij, maar die konden we niet vinden. Dus pakten we de jeep naar coffee farm van Don Elias. Ruim 140 jaar telen zij daar volledig organisch koffiebonen. Super interessant om van de kleinzoon van Elias te horen over de bananenbomen voor schaduw en ph-waarde, lulu bomen voor vitamines en mineralen. Alle compost voor mineralen. Deze boerinnen gringo’s leren nog eens wat. 

Na een kopje geproefd te hebben raakten we met zijn allen aan de praat. Een gast die al drie jaar reist, twee Israelische meisjes die net uit het leger kwamen, een Australiër en wij. De kleinzoon van Don Elias groeide op in Medellin, en in zijn belevingswereld was Pablo Escobar lang zo slecht nog niet. Hij vertelde hoe Medellin allang niet meer crimineel was, en hoe Escobar de armen hielp. Contrasterend, want van veel mensen hoorden wij dat je zijn naam hier absoluut niet mag noemen omdat hij zoveel negativiteit bracht in Colombia. We zijn nu dus onderweg naar Medellin, heel benieuwd wie we daar spreken en wat zij erover zeggen. Er is geen één waarheid, dat is in ieder geval zeker. 

PS. Wil jij columns kant-en-klaar in je mailbox ontvangen? Schrijf je hier in voor de mailing. Spammen doe ik nooit. Pinky beloofd. 

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *