Unheimisch

“Waarom ga je daar naartoe?” 

“Waarom niet?”

Ik negeer de melancholische wolk boven mijn hoofd en maak een mentale foto van de laatste zonnestralen. Ze knuffelen de bergen met hun originele highlight – het eindeloze cadeautje van Moeder Natuur. Onze veredelde stedentrip in het land van barbecue, K-pop en tweedeling zit er bijna op en we rijden met onze Koreaanse vriendin Woon-bi (spreek uit als Oen-bie) naar ‘huis’ vanaf de kustplaats Gawang-do. De afgelopen weken mochten we de Koreaanse hoofdstad Seoul ons thuis noemen. Dat betekent in mijn boekje trouwens niet dat ik het ook als zodanig ervaar. Het is bijna schandalig; stuur mij naar een willekeurige Top Travellers National Geographic Lonely Planet Tripadvisor Destination of the Century© en ik loop gegarandeerd één volle week met mijn enthousiaste, doch beduusde ziel onder mijn arm. 

Heimwee is zo’n beetje mijn vastgeroeste mankement. En het is tegelijkertijd het enige luxeprobleem waar ik met liefde voor kies. Juist omdat ik me bewust ben van het voorrecht dat zich huist in mijn (ironische) verlangen. Het zegt alles over de warmte van mijn nest, en niets over de groentint van het gras aan de overkant. Heimwee is net zo min verbonden aan mijn geboorteplek, gelijke kansen, levensbehoeften en zelfs niet aan veiligheid. Al het voorgaande valt onder de noemer ‘luxe’ en dat nemen we collectief voor lief, ondergetekende incluis. Vergeet wat ik zei over warme nest: heimwee draait om de kou van het wegvliegen. Toch vliegen we allemaal vroeg of laat, eventjes of voor altijd. 

Toen ik twaalf jaar was namen mijn ouders een maand twee Oekraïense kinderen in huis: David en Isaac. Ons werd medegedeeld dat zij, samen met hun hele gezin, in een armoedige container woonden. Het medelijden dat hun verhaal opwekte was zo nuttig als een natte Telegraaf, maar dat laat ik nu even terzijde. Hun reis maakte onderdeel uit van een vrijwilligersproject om minder bedeelde kinderen een ‘extraatje’ te geven. Afijn, een vakantie in de Lage Landen zou geschieden. Voor het eerst maakten de verlegen broertjes kennis met warm en schoon water, Grand Theft Auto en de ietwat deprimerende doch uiterst stabiele kookkunsten van mijn moeder. En wat bleek? Ze huilden tranen met tuiten omdat ze hun thuis misten. We-ken-lang. De kern van het verhaal: luxe in liefde is rijkdom. Luxe in de laag daaromheen is een voorrecht. 

Toch vraag ik me af wat de Noord-Koreaanse schim – die ik een week eerder begluurde door mijn verrekijker, als een soort mensentuin – ervoor over zou hebben om zich zo misplaatst te voelen als ik. Welk voorrecht zou hij moeten opgeven om te verlangen naar thuis tijdens het beklimmen van een vulkaan op Bali of tijdens het bewonderen van de Niagara Falls? Zijn vrijheid is niet de zijne, ten minste: als ik de propaganda moet geloven. Wellicht verspilt hij wel zijn recht om te leven? En wat is rijkdom eigenlijk in zijn ogen? Ik zal het antwoord nooit weten. Maar als ik de kans kreeg, zou ik het hem vragen. 

Ach, mijn masochistische luxeprobleem en ik. Zo zie ik nog eens wat van de wereld. 

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *

×