Teddy

Het is 1 uur ’s middags. We lunchen aan de (te) kleine, donkerbruine eettafel. Op mijn boterham zit kaas, kip en wat tomaat. Het is een dag als iedere andere. In den beginne. En dan licht mijn scherm op. 

Incoming call Steven van Schie

Ik spring gauw op omdat ik weet wat hij gaat zeggen. 

“Je nichtje is er”

Een foto. Je gezicht is verfrommeld. Je bent opgezwollen, rood roze en piepklein. Nu al ben je lief. Daar hoefde je alleen maar voor geboren te worden. Iedereen mag je zien, sterker nog: iedereen ziet je. Want zo’n tante ben ik. Een irritante. 

Wat leuk dat je er bent. Meer dan er zijn, kan je nog niet. Je bent er al maanden, maar vandaag pas zag het daglicht jou. En andersom. Nu besta je ineens en begint het feest. Poepluiers. Tranen. Kleine stappen, grote stappen. 

Een video. Je huilt. Als ik gedachtes kon lezen en het waren woorden, stel ik me de volgende voor: “Godverdomme, wat koud hier. Man man man. Wat licht. Wat raar. Mag ik terug? Ah toe.” Geboren worden lijkt me helemaal niks. Wat als je ineens 9 maanden terug je moeders buik in moest, om er maanden later uit te komen. Huilend, want je weet: daar gaan we weer. De wedergeboorte. Net Pasen, maar dan luguber.

Klinkt als. Vier woorden. Een Lars von Trier film. 

Ik moet er niet aan denken (toch doe ik het).

Kon je mij maar begrijpen, dan zou ik je allerlei geheimen vertellen. Ik doe het nu in mijn hoofd. En op mijn scherm. Als je dan later begrijpend kan lezen, kun je er misschien wijs uit. Ik hoop het.

Hallo Teddy,

Wat leuk dat je er bent. Wil je voor altijd blijven? Je bent voor altijd welkom. Wat je te wachten staat is: leven. Met alle moois en verdrietigs dat erbij hoort. Alle clichés zul je horen, maar nog niet begrijpen. Gelukkig. Blijf zo lang mogelijk onbeschreven, ongekleurd, onbezorgd. Dan is het leven een grote kleurrijke ballenbak zonder gore bacteriën en kinderspuug. 

Ja, tante heeft een beetje smetvrees. 

Ze zijn trouwens allemaal waar. Je gaat vallen en weer opstaan. Heel vaak. En je zal niet altijd weten of er een pleister is om je pijntjes te verlichten. Je zal verdwaald raken. Je hart zal breken en hij zal zichzelf weer lijmen. Of iemand zal het voor je doen. Maar je kunt het beter zelf doen. Want je bent liefde genoeg. Alleen zul je dat soms vergeten. 

Geen zorgen, dat hoort erbij.

Je zal moeten vechten voor dingen. Soms zijn dat goede dingen, dingen waar jij in gelooft.

En soms zijn dingen waar je later voor wil ontvechten. Je zal vechten met mensen. In gedachten, in woorden, soms met handen en voeten. Net als ik dat vroeger deed met jouw papa. Mijn grote broer. Je zal vechten met jezelf, zoals ik dat ook deed. En blijf doen. Misschien is dat wel gewoon leven. En hopelijk zal je altijd vechten voor jezelf. Knoop dat tussen je schattige baby-oortjes.

Ik ga je dit alvast vertellen, ook al kun je nog niet lezen, of luisteren: er zal altijd een pleister zijn. Je zal de weg terug altijd vinden. Als Grietje, maar dan met een hippere naam. Liefde zal om je heen blijven dwarrelen als herfstbladen om een oude, wijze boom. Je zal meer leren van verliezen dan van winnen. En je zal geluk vinden in het woord “dankjewel”. Beloofd, met pink.

Je hoeft alleen maar je ogen open te doen.

PS. Wil jij columns kant-en-klaar in je mailbox ontvangen? Kan hoor, klik.

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *