Romantiek

Een moderne roman.

“Tevreden loop ik de voordeur uit. De mist bedekt de straten als een soort warm, wollen dekentje. Haar mystiek lijkt zelfs mijn ochtendhumeur te vervagen. Het is inmiddels 09:21 en ik vraag me af waar de tijd is gebleven. Die relativiteweinigteitstheorie van Einstein heeft zichzelf wederom bewezen. ‘Staat ‘ie d’r, of staat ‘ie d’r niet?’ schiet traditiegetrouw door mijn hoofd. En jawel hoor, mijn stalen ros staat me braaf op te wachten. Een terugkerend geluksmoment voor een fietsbezitter zoals ondergetekende, vooral omdat ik leef op ‘t randje van enkele sloten. Goed, het is tijd om vaart te maken.

Hortend en piepend stuur ik mijzelf de straat op. Ik nader de kruising bij de Witte de Withstraat met een bloedvaart, totdat ik me realiseer dat het onvermijdelijke waarheid wordt. De grootste nachtmerrie van een fietsende Amsterdammer. Ik. Moet. Afstappen. Shit, ze zijn natuurlijk de tramrails aan het verleggen. Dat kon ik bij voorbaat al ruiken, omdat er een klein recreatiepark omgekapt is om mij daarvan op de hoogte te stellen. Noot van de redactie: normaliter is mijn hoeveelheid inkomende post zeer milieuvriendelijk, behalve als het gaat om gemeentelijke updates. Ik zucht, en zet de wandeling in.

In mijn ooghoeken zie ik een ietwat robuuste man van middelbare leeftijd in een gelig oranje hesje koffie drinken. Zijn haar lijkt gestileerd met een pakje roomboter. In zijn linkerhand houdt hij zo’n typisch wit plastic bekertje vast, die  ondingen verschrompelen altijd door de hitte van de koffie. Ik vraag me af of hij er wel twee heeft gebruikt. Hij lijkt mij te betrappen op mijn gestaar, en er vormt zich een geniepige grijns op zijn gezicht. Hij trekt zijn mond open, och kijk, hij mist een tand. “Hey lekkerding, kun je niet een beetje lachen met dat knappe koppie van je?”.

Ik schrik van zijn zwoele, mannelijke stem. “Had hij het tegen mij?” Ik dwing mijn beide benen terug naar de grond en kijk als een bezetene om me heen. Ik zie drie jongens achter me en twee naarstig kletsende oude besjes rechts van me lopen. Verder zie ik niemand. Hij had het tegen mij.

Een warm gevoel bekruipt mijn lichaam, en mijn hart raast als een koe met Pasen. Ik knijp mezelf. Als ambitieuze, jonge vrouw kan ik me simpelweg niet voorstellen dat ik de charme bezit om zomaar op straat complimenten te ontvangen. Puur gebaseerd op mijn uiterlijk. En die suggestie over mijn gezichtsuitdrukking. Die rauwe eerlijkheid. Wat een onweerstaanbare, mannelijke God. 

Ik hou het niet meer.

Zo’n goudeerlijke man verdient een beloning, besluit ik. Ik grijp het koffiekopje uit zijn hand, pak z’n stoppelige gezicht stevig beet en begin hem te zoenen. Ik verlies mezelf al zoenend in onze toekomst samen. Ik wil iedere avond voor hem koken, ik wil zijn vloer dweilen en zijn pisdruppels van de bril poetsen, ik wil hem biertjes aanreiken terwijl hij Studio Sport kijkt. Ineens besef ik me dat dit wellicht niet genoeg is. Hij wil vast dat ik een beetje met zijn brandweerslang speel. Your wish is my command, Uwe Majesteit. Vastberaden ontknoop ik zijn broek met mijn linkerhand. Zo op straat, in het daglicht. Zou mij het wat. In mijn rechterhand hou ik zijn koffie vast, zoals het hoort. Ik graai en ik graai, maar tot mijn grote verbazing, vind ik niets. Ik kijk hem aan in de poppetjes van zijn ogen, maar hij ontwijkt mijn blik en mompelt iets onverstaanbaars. Ja hoor, denk ik bij mezelf, zul je net zien.

Wéér zo’n vent zonder lul.”

The end.

Hoewel dit verhaal niet autobiografisch is, overkomt het ‘nafluit’-scenario mij – en vrijwel iedere vrouw die ik ken – nog wekelijks. Zelfs als ik in mijn pyjama rondstruin, met mijn woest onaantrekkelijke knot pulserend op mijn hoofd, voel ik me kwetsbaarder dan me lief is. Het is zo onvermijdelijk als doodgaan, of zin hebben in een druipend vette kapsalon na een avondje olympisch wodka-tanken.

Maar dat eeuwige naroep-syndroom van menigeen (m), mag wat mij betreft wel klaar zijn nu. Niet omdat ik niet in staat ben mijn mannetje te staan (oh, the irony), maar omdat het aan de kern ligt van een véél groter probleem. Het constante, aangekoekte leed dat respectloosheid jegens vrouwen heet. Want hoe kan het eigenlijk dat ik, iemand die geboren is in een beschaafd Westers land, nóg steeds systematisch benadeeld word op basis van mijn geslacht?

Ik slaap er niet minder om, omdat ik bevoorrecht ben om te kunnen vechten voor de dingen die ik wil, en rechtvaardig acht. Maar als het zelfs in zo’n (semi-)fatsoenlijk land als Nederland gedoogd wordt, zonder enig pardon of weerwoord, hoe moet dat dan zijn voor de kleine meisjes in landen als India, Noord-Korea of Zuid-Afrika? Zouden wij ‘Westerlingen’ niet het vrouwvriendelijke voorbeeld moeten zetten? Of op zijn allerminst onze bek opentrekken wanneer het nodig is?  De grootste vijand van gelijkheid is immers niet geweld. Haar grootste vijand is stilte. En dat is een team effort, absoluut.

Dat zwijgen past sowieso niet meer in onze (virtuele) deelmaatschappij. Ook wij vrouwen mogen ons daarin heldhaftiger opstellen. Maar zolang de denigrerende gedachtegang leeft, weegt ook het mannelijke (weer)woord zwaarder. Durf te zeggen dat je klaar bent met die eeuwige discussie over gelijkheid tussen mannen en vrouwen, het beargumenteren waarom ‘wel echt zo erg is’. Er is geen dialoog. Er is enkel de waarheid. En wie het predikt, moet het ook beoefenen. Dus, hierbij mijn Women’s March. Mijn #MeToo. Mijn mini-manifesto. Tevens uitstekend leesvoer voor onze zonen.

Mannen die het oké vinden om vrouwen zomaar op straat na te roepen, mannen die vrouwen minder betalen dan haar (vaak minder competente, mannelijke) collega’s, mannen die zomaar aan andermans lichaam zitten, mannen die vrouwen kleineren achter dichte deuren of voor grote zalen, mannen die het lef hebben te beoordelen op de kwaliteit van haar ‘tieten’ of ‘reet’, mannen die neerbuigend reageren op een lach of traan, en simpelweg vinden dat zij minder is, puur omdat zij een zíj is, zijn nu eenmaal geen échte mannen.

Over en uit. Nu echt.

Beeld: Araki 

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *

×