Pauze

Vroeger stond de zomer zes glorieuze weken lang in het teken van buiten spelen. En hard werken. De zomermaanden waren voor mijn ouders altijd de drukste periode. Ikzelf mocht onbeschaamd kind zijn; skelteren, skeeleren, mijn zus irriteren (“Mama zegt dat ik mee mag spelen!”) en achter de hond aanrennen. Totdat ik een jaartje of dertien was en ik iedere zaterdagochtend met een scheef gezicht stond te poetsen in de tuin. Maar zodra je ouder wordt, en dat werd ik, verandert de zomer. De broeierige temperaturen blijven, maar de vrijheid giet zich in een andere bakvorm. Zo staat dit seizoen in het teken van zonovergoten hangdagen in het Vondelpark, verjaardagsfestijnen, podcastseries en allerlei andere klamme perikelen.

Die drukte maakt dat ik van mijn schrijfprioriteiten geen brie heb gegeten. Weken verstreken zonder dat ik mijn digitale vulpen oppakte. Schrijven deed ik in de tussentijd nog wel braaf, hoor. Een lijstje van dankbaarheden, een gedicht of hersenspinsel en twee pagina’s denkstof, ouderwets met pen en papier in mijn zwarte boekje. Maar voor het wijdse wereldweb lukte het me niet om de moed bijeen te schrapen.

Als mijn hoofd een overvol pierenbadje was, leek het idee van schrijven pour vous een natte hond met adhd. Daarnaast kost creativiteit tijd. En peace of mind, zoals Lauryn Hill dat zo mooi zingt. En soms weet ik niet zo goed waar ik die ingrediënten vandaan moet halen. Met name als er in mijn mentale pierenbadje geplast wordt door zorgen over mijn toekomst, twijfels over mijn kunnen, drukte op werk en liefhebben. En de man van het uur, de welbekende hamvraag: ”Waar doe ik het eigenlijk voor?” Of trouwens, doe maar tofu-vraag. Beter voor het milieu.

Ik ging bij mezelf te rade: waarom ben ik überhaupt begonnen? Nou ja, rade(n)? In het begin was mijn drijfveer (of: schrijfveer) luid en duidelijk: ik wilde iets creëeren wat helemaal van mij was. Iets maken waar niemand anders iets van zou hoeven te vinden. Geen feedbackrondes van klanten, geen “Mag het wat korter?” of “Iets minder woordgrapjes graag”. Ik zou fietsen zonder zijwieltjes. Maar je raadt het al: als je fietst sans zijwieltjes, ga je ook harder op je bek. Bovendien: iets doen voor jezelf is een sprookje. Zodra je iets publiceert wil je juíst dat anderen er iets van vinden. Je wil dat mensen het in grote getallen fantastisch, fabuleus, schrikbarend, waanzinnig, fabeltastico vinden. Maar dat gebeurt 1) niet in één dag en 2) nooit als je er zelf niet in gelooft. En geloven is nogal een dingetje, want soms raak je het kwijt.

Niet alleen geloof in jezelf: geloven in alles. Het universum, God, Allah, de oerknal. Je kunt het net zo hard kwijtraken als een sleutelbos. Toch wil ik geloven dat ook verliezen erbij hoort. Alleen zo leer je vertrouwen. Juist wanneer je vergeten bent hoe, waarom en voor wie je dingen doet. Vertrouwen dat, ondanks je niet weet waar je hem voor het laatst hebt neergelegd, je heus wel een manier zult vinden om die deur te openen. Misschien met een reservesleutel, of misschien wel met grof geweld. Tomato, tomato.

Wanneer ik twijfel, roep ik mezelf terug. Voor wie doe ik het? Voor mezelf. Want simpelweg iets doen met hart en ziel, is al winnen genoeg. Daar zitten geen randvoorwaarden, meetbare doelstellingen of frequenties aan vast. En de bevestiging van de buitenwereld is maar een extraatje. Als regenboog sprinkles op een softijsje. Dus als ik dan een schrijfwedstrijd verlies, als ik minder lezers heb dan ik zou willen, als ik – geheel tegen mijn ego in – advertentiebudget op mijn bericht moet zetten om te zorgen dat jullie mijn stukken te zien krijgen (kak, Zuckerberg!) zeg ik tegen mezelf: alles wat je nu doet, draagt bij aan je doel. Ook al lijkt dat soms niet zo.

Ik weet niet wie jij bent, lieftallige lezer(es), maar als je ergens in moet geloven, dan is dat het wel. Knoop het tussen je oren: alles wat je doet vanuit je hart, brengt je dichter bij je doel. Wat dat ook mag zijn. En als je dan écht vergeten bent waar je jouw vertrouwen voor het laatst hebt gezien, weet dan: je bent hem niet kwijt, dat lijkt maar zo.

PS. Wil jij columns kant-en-klaar in je mailbox ontvangen? Schrijf je hier in voor de mailing. Spammen doe ik nooit. Pinky beloofd. 

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

6 Comments

  1. (Verre) familie

    27th jul 2018 - 10:01 am

    Dat laatste is zo waar!
    Ga door…stop niet…je ‘shit’ wordt gelezen.
    Ik lees je colums heel graag!

    • Lisanne

      30th jul 2018 - 9:20 am

      Verre familie! Wat leuk om te horen, DANK daarvoor! Heel lief.

  2. Je No 1. fan

    27th jul 2018 - 10:13 am

    Fjiew, ik dacht even dat je ging schrijven dat je gaat stoppen. DON’T! Je bent de beste, ik geloof (ook) in jou!

    • Lisanne

      30th jul 2018 - 9:18 am

      Hahaha wat een heldin LOF LOF LOF LOF!

  3. Emma

    31st jul 2018 - 12:02 pm

    Hi Lisanne!
    Heel lang geleden dat wij elkaar zagen (#Alfrink) maar dit is een goede reden om dat te doorbreken: wat schrijf jij verschrikkelijk mooie columns. Ze zetten me eigenlijk altijd aan het denken en blijven elke keer nog een tijdje in m’n hoofd rondzingen. Blijf schrijven, leg jezelf geen druk op, no need to, dan blijf ik stil en af en toe minder stil aanbidden. 🙂

    • Lisanne

      31st jul 2018 - 12:32 pm

      He, wat super leuk om te lezen! Stiekem blijft het mijn allergrootste doel om te inspireren. Of in ieder geval om aan het denken te zetten. En als dat dan lukt (ook al is het sporadisch) ben ik heel blij. Super bedankt voor je lieve woorden en voel je vrij om (zo luid of stil als je wil) te blijven ‘aanbidden’. Goed, ik ga even een dropje halen bij meneer Brunings. Loool #alfrinkhiephiep

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *