Nostalgie

Het raam staat op een kier en de waterdamp stijgt op. In mijn rechterooghoek vlamt een kaars van links naar rechts. Hij is betoverend als je lang genoeg kijkt. Wel oppassen: van te lang in het vuur staren word je namelijk blind. Dat dacht ik toen ik een kind was, want het overkwam Ridge Forrester in The Bold & the Beautiful. Ik zie hem nog voor me met verband over zijn ogen, zijn wilde donkere manen onder het verband vandaan kruipend.

Als je klein bent geloof je alles.

Niet te lang in het vuur kijken dus.

Ik denk aan die oubollige televisie in de hoek van de woonkamer van het krakkemikkige huis met haar grijze plavuizen en oranje houten deurposten. De woonkamer waarin we op leren banken sprongen op muziek van Björk en Erykah Badu. Het huis waar ik eindeloos vier-op-een-rij speelde met mijn broer en zus, waar ik een stuk van mijn lip afscheurde toen ik van de achterkant van de skelter viel, waar we een begraafplaats voor Rakker groeven om er jaren later achter te komen dat zijn tempel bedolven was onder een nieuw stuk bloemenkas.

In diezelfde tuin stond onze schommel. Op een herfstige dag speelden we buiten, mijn zus, broer en ik. Het woei flink en de lucht was grauw. In de namiddag rende mijn moeder naar buiten: ‘Naar binnen!’ Mijn zus weigerde. Classic. We renden naar binnen en moesten onszelf vermaken. De tv stond op sneeuw. Buiten woedde een orkaan.

Die nacht blies de wind het glazen dak van onze kas af. Als zaadjes van een paardebloem, maar dan scherp. Onze planten waren beschadigd, maar de verzekering dekte geen overmacht. Een orkaan (zeldzaam als dat zij was in Nederland) is dat: overmacht. Mijn ouders lagen wakker. Ik sliep als een roos want ik was kind. Ik wist alleen: ik mocht niet schommelen en de tv deed het niet. Wat er dat jaar verder in het leven van mijn ouders gebeurde, zou mijn zesjarige zelf gauw vergeten.

Dat jaar kreeg ik een wit sieradendoosje met een fluwelen roze binnenkant. Als je hem opendeed sprong een ballerina omhoog die, als je aan het wieltje aan de achterkant draaide, klassieke muziek maakte. Dat weet ik nog heel goed. Glimmen van trots, deed ik toen ik hem liet zien aan mijn grote zus. Net als toen ik voor het eerst (en laatst) slimmer was dan Sjors, de Stephen Hawking van de Floriant.

Soms herinner ik me dat ik niet jong wilde zijn. Omdat er, ondanks ik me zo groot voelde, toch van alles voor mij bepaald werd. Het klopte misschien wel, maar rijmde niet.

Net als een haiku.

Ik weet ook nog wel dat het me verdrietig maakte als de dag voorbij was, omdat er dan niets meer zou gebeuren. Toen werd ik groot en verlangde ik ineens naar avonden die stopten op het leukste moment. Naar iemand die mij op tijd zou vertellen om te stoppen met twijfelen over keuzes. En dat diegene dan, als overmacht als wervelwind door mijn leven heenging, tegen me zou zeggen: “Ah joh, kun je toch niets aan doen. Dus maak je niet druk.”

Als je klein bent, neem je alles voor lief. Toen werd ik groot en verloor ik onderweg een stukje luisteren. Maakte wijsheid soms plaats voor eigenwijsheid. Maar misschien zijn we wel beter af als we niet schommelen als het stormt. Als we willen werken voor de dingen die mooi zijn. Als we goed luisteren naar grote mensen (ook al ben je zelf al een grote meid).

En als we nooit te lang in het vuur kijken. Want dan word je blind.

Foto: Noord-Korea, Schwarz. 

Wil je mijn stukjes per mail ontvangen? Kan hoor, klik

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *