Ladder

Misschien wist je dit nog niet: ik doe mee aan het Schrijfcafé van Jan van Mersbergen.* Om de week krijgen we opdrachten, schrijven we verhalen en bespreken we wat er met ons gebeurt als we het voordragen (voorlezen). Ik hou van kritiek want mijn werk is nooit beter geworden van complimenten. Mijn ego daarentegen gaat daar wel heel lekker op, maar dat is een ander verhaal.

Ik verklap lekker niet wat de opdracht deze week was. Wel kan ik vertellen dat afstand je soms dichterbij de waarheid brengt. Vaak zelfs. Dus als je niet weet wat je moet doen, neem dan een stapje terug. Je kunt de stukjes hieronder lezen en als je me wil laten weten wat het met je doet: graag.

*Als je hem nog niet kende, bij dezen en graag gedaan. Dit is mijn favoriet van hem maar misschien doe ik hem daarmee tekort want hij schrijft heel vaak en ook veel. Boeken meestal.

Deel I: Ladder
Het was zonnig buiten. De balkondeuren stonden wagenwijd open en de frisse lentewind waaide naar binnen. Het nieuwe seizoen was net begonnen en zo voelde deze dag ook. Ik liep de kamer binnen en trof mijn vriend aan op de wiebelende zilveren trap. Hij wankelde zo erg dat ik hem in mijn hoofd zag vallen. Zo over de balkonreling in de tuin van de nieuwe onderbuurvrouw. Wat een entree.

Het lijkt een terugkerend thema de afgelopen weken: onverantwoord klussen. Vorige week nog betrapte ik mijn moeder erop deze trap ook zonder toezicht te gebruiken. Op het balkon nota bene. Een soortgelijk visioen borrelde op in mijn hoofd: een stevige windvlaag en een val. Ik probeerde mijn gedachtes te controleren, maar mijn gevoel nam de overhand. Ik werd misselijk.

Zulke gedachtes zijn net mentale zelfkastijding. Een beetje vergelijkbaar met wanneer je vanaf een penthouse omlaag kijkt en denkt: “Wat als ik nu naar beneden spring?”. Dan zie ik mezelf liggen in een plasje bloed, morsdood, verder nog helemaal intact. Net als die man toen in Scheveningen.

Ik was met mijn zus, haar vriend en zijn broertje naar het strand geweest toen we ineens op een plaats delict terechtkwamen. Het slachtoffer: overleden. De dader: een gammele trap. Hij had zijn kaplaarzen nog aan zijn voeten en gele poetshandschoenen nog aan de handen. Ik vroeg me af of het water in de emmer op het balkon inmiddels afgekoeld was. En of ik ooit nog ramen zou kunnen zemen als het mijn vader, zoon of man was geweest.

Ik leun tegen de deuropening en spreek hem toe: “Waarom doe je dat nou? Doe dat alsjeblieft nooit meer.’ Ik klink boos, maar dat ben ik niet. “Stel je voor dat je was gevallen.”

Deel II: Inteelt
“Daar zul je ze weer hebben.” Ik neem een gulle slok van mijn pils en draai me om naar Greta. Ze zit in de fauteuil met Bonkers op haar schoot. Die zit vast te ruften. Ik bekijk haar nog een keer. Wát een wijf. Ik kan d’r wel opvreten. Sinds ze met dat Sonja gebeuren aan de haal is gegaan, vliegen de kilo’s er vanaf. Morgen koop ik die glimmende tas voor d’r, als beloning. Met die bespaarde literpakken Cola Zero en roze koeken bij elkaar opgeteld halen we dat er wel uit. En die zakken naturel chips tikten ook wel aan. Greta stapt moeiteloos in haar felroze slippers en komt achter me staan.

“Wie, schat? Schuif ‘es op.” Ze drukt haar lange nagels in mijn schouders in een poging me opzij te duwen. Lukt natuurlijk niet. Ik ben inmiddels twee keer zo zwaar.

“Jut en Jul van de overkant, weet je wel. Met die achterlijke kekke fietsies op het balkon.” Ik wijs naar het witte balkon op drie hoog. Ik moet piegen want de zon schijnt vandaag. “Niet zo piegen schat, word je lelijk van.” zegt Greta terwijl ze haar zonnebril opzet en Bonkers van de grond tilt. “Eens even zien wat Buurman en Buurman vandaag weer gaan doen hè Bonkie? Die zijn een beetje op hun achterhoofd gevallen.”

Ze gaat zitten op de witte tuinstoel. “Jammer dat ik geen popcorn meer mag, of zal ik een sasdaggie inlassen, ha-ha-ha-ha.” Ze lachte altijd al hard om zichzelf, maar sinds ze 50 is geworden, lijkt haar lach in volume toegenomen.

Ik blijf in de deuropening staan en wend mijn blik weer omhoog. Ze staan er nog steeds. Hij op een ladder, zij ernaast. Ze gebaart iets naar hem, alsof ze in twee denkbeeldige koekenpannen krieltjes aan het bakken is, maar hij kijkt niet. Hij lijkt iets op het plafond te willen doen. Vast een lamp ophangen of zo. Ik schat hem begin 30. Zo’n duizend in een dozijn gassie. Hip pakkie aan met van die sneppertjes eronder. Van hem lopen er wel twaalf rond in de straat. Hij komt vast en zeker uit zo’n dorp naast Utrecht of Den Haag. En zijn vriendin is ook een geval apart. Die fietst iedere ochtend stipt om half 9 door de portiek met een helm op. Een hélm. Van welke planeet zij komt weet ik ook niet.

Meer lezen?

Thuis

Thuis

september 07, 2019
Afstand

Afstand

augustus 27, 2019
Tijdmachine

Tijdmachine

juli 10, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *