Isak

De busreis leek oneindig, met name omdat ze de infrastructuur aan het verbeteren zijn. Om de haverklap (of in het Spaans: clapo de havre) moesten we wachten tot de polonaise aan tegenliggers voorbij reed. Ze hadden ons al aangeraden om te vliegen, maar Jut en Jul zijn eigenwijs. Plus: je pakt de bus om het uitzicht te bewonderen. En zo zou geschieden. Ik heb nog nooit zo vaak “wow” geroepen. De natuur hier is ongeëvenaard. Da’s stiekem grappig, want we zitten dichtbij de evenaar. Tien uur later arriveren we in de wereldstad Medellin, verstopt in een groene Colombiaanse vallei. 

De sfeer is hier hectisch en rustig ineen, de restaurants (vooral in de hippe wijk El Poblado) zijn bijzonder LA-achtig en de mensen hier, paisa’s, zijn apetrots.  Daar later meer over. En het eten? Todo y mas gefrituurd. Je aderen slibben er spontaan van dicht. Intussen hebben we de hele classic rits aan to-do’s van onze lijst afgestreept: de metrokabelbaan naar Botanische tuin Arvi – waar je over de “armere” comunas heenvliegt, wandelingen door het centrum en de “gevaarlijkste” wijk met een lokale guide (hallo, realisatiemomenten), interessante exposities in het modern art museum en alcoholvrijbier drinken bij een voetbalwedstrijd. Kwamen we in de 70ste minuut achter. Nosotros somos Medellin. Voor vandaag dan. Morgen gewoon weer hand in hand voor Feyenoord 1. 

Naast de Medellin-klassiekers, pakken we ook de backpack clichés mee. Jawel, we hebben zowaar vrienden gemaakt. Onze twee kleine Zweedse broertjes Isak en Marcus zijn (pas) twintig, en wij voelen ons daardoor 40. Nogal wiedes: we slapen om elf uur ‘s avonds en worden wakker om zeven uur ‘s ochtends (“We doen nogal veel overdag, het is niet erg.”) Ze kennen elkaar van hun werk in de Zweedse supermarkt. 

Op reis leer ik niet alleen van de cultuur en locals, ik leer ook van onze reisvrienden. Zo ook van Isak. Isak is een speciale knul. Naast zijn hoge knuffelgehalte, draagt hij een bijzondere rust over zich heen. Als een onzichtbaar dekentje. Hij is voor de derde keer teruggegaan naar het land waar hij geboren is. Alleen, dit keer. Toen hij vijf was, werd hij geadopteerd door zijn Zweedse ouders. Zijn Colombiaanse moeder liet hem een dagboek na met de antwoorden op zijn vragen. Zelf zegt hij dat het hele “geadopteerd zijn” lang niet zo dramatisch is als in de films, en dat hij dankbaar is voor het leven dat zijn ouders hem hebben gegeven. Ik moest mijn tranen inslikken, Ruby ook. Zachtgekookte huevos zijn we. 

Een week geleden vond Isak zijn moeder via Facebook. “Wil je haar zien?” vraagt hij. Volmondig antwoorden we: “Ja”. Hij lijkt op haar. Ze ziet er gelukkig uit, gezond en verliefd. Donkere ogen, donker krullend haar. Een moeder. Isak wacht nog op reactie, wij wachten stiekem met hem mee. “I hope she responds, but if she doesn’t that’s fine too.” Ik las ooit dat pure liefde is: geven zonder terug te verlangen. Zou dit het dan zijn? 

Misschien wel.

Ik zit op een dakterras in Medellin, en een twintigjarige jongen leert mij dat dankbaarheid, stipt na liefde, misschien wel het mooiste is dat een ouder je kan meegeven. En biologie? Dat is slechts bijzaak. 

Wil je mijn stukjes per mail ontvangen? Kan hoor, klik. De laatste kun je hier zien.

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *