Hokje

Drie maanden geleden deed ik mee aan een Lagerhuisdebat over talent in de reclamewereld. Aan de ene kant zat jong reclametalent, aan de andere kant mensen die ‘het’ gemaakt hebben. Gevestigde namen, bureaubazen, hoog-in-de-boom-mensen. Wat dat precies inhoudt, weet ik niet. Maar gemaakt hadden ze het, dus.

Ik zat oog in oog met wit gekleurde 50-plussers met (aannemelijk hoge) testosteron levels. Meningen werden verkondigd, statements gescandeerd. Ik zat, ik luisterde. En ik werd afgeleid door het gebrek aan vrouwen. Door felle verlichting. Door dubbele motieven van sprekers. Aan de overkant zat mijn toenmalige baas als één van de weinige jonge mensen. Eigenlijk wel logisch: Nobelprijswinnaars zijn meestal boven de vijftig omdat de wereld veranderen nu eenmaal lang duurt. Evenals het maken in de reclame, zo blijkt.

Tegen het einde van het debat besluit ik iets te verkondigen. Omdat het kan, en omdat ik een spotlight wel kan waarderen. Als je mij kent, moet je nu vast grinniken. Om mij heen slaan armen gaten in de lucht. Mijn arm bungelt ergens in het midden. De moderator – witte man van middelbare leeftijd – wijst naar mij:

“Laten we haar even het woord geven, anders krijgen we weer gedoe over het gebrek aan diversiteit.”

Anders krijgen we gedoe over het gebrek aan diversiteit?

Que?

Het gebrek aan diversiteit was in deze setting een logisch gevolg van het gebrek aan vrouwen en niet-witte mensen in de reclamewereld. Ik hoef je heus niet te vertellen dat 97% van topposities vervuld worden door mannen. En ik hoef je ook niet te vertellen dat de intenties van deze beste moderator niet verkeerd waren. Maar: the road to hell is paved with good intentions. De bijbel zegt het, Lauryn Hill zingt het. Dus er zal een kern van waarheid inzitten.

Moet je net mij hebben. Ik gooide de mantel der liefde van me af.

“Fijn om zo aan het woord te komen. Precies waar ik op hoopte.”

Schepje zout erbij, zo ben ik.

“Laten we even een momentje stilte nemen voor deze opmerking.”

Er werd gelachen, maar echt grappig was het niet. Ik wilde het woord niet krijgen om een drogreden. Ik wilde het woord krijgen omdat ik gehoord moest worden. Niet om mijn kleur, mijn geslacht, mijn leeftijd of mijn looks. Al die hokjes kan ik gebruiken, absoluut. Zowel in mijn voordeel als in mijn nadeel. Ik zou liegen als ik zei dat ik dat nooit deed: hokjesdenken, hokjesgebruiken. Noem me een hypocriete moraalridder.

Hokjes lijken een sneltoets voor kennis te zijn. Misschien hebben we ze bedacht om orde te creëren in een chaotische wereld. Misschien omdat kennis vergaren over een ander tijd en energie kost. Die twee besteden we liever aan andere dingen. Onszelf, bijvoorbeeld. Maar laten we wel wezen: hokjes zijn lui en kortzichtig, net als pasgeboren huilbaby’s. Ze verbergen vaak meer dan ze onthullen.*

In de rechtszaal geldt: je bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Misschien kunnen we een parallel trekken naar oordelen in het echte leven: je bent een blanco doek totdat persoonlijkheid bewezen is. Dat lijkt me wel wat. Nieuwe-mantra-alert: ik wil het systeem niet gebruiken, ik wil het systeem veranderen. En dat begint bij mezelf.

All rise for the judge of character.

Wil je mijn stukjes per mail ontvangen? Kan hoor, klik.

Meer lezen?

Ladder

Ladder

november 08, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019
Afstand

Afstand

augustus 27, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *