Hemel

Het is weer zondag, de zon schijnt zacht en de hemel kleurt blauw. Mijn lievelings. Een fijne afwisseling na drie kleurloze, regenachtige dagen. Ik loop naar mijn nieuwe vaste koffietent na een korte wandelpauze. Vier minuten lang zat ik samen met het meisje op het zonovergoten bankje. Haar benen bungelden boven de grond, de mijne moesten en zouden hetzelfde doen. Zo geschiedde.

In mijn oren klinkt een podcast van een hoge pief van Ogilvy & Mather. Zijn anekdotes over de psyche van de mens vibreren op mijn trommelvliezen. Meestal luister ik naar zijn woorden, soms luister ik naar zijn Britse klanken. In een spraakmemo probeer ik beiden te reproduceren, tevergeefs. Gek eigenlijk, hoe een nep Brits accent pretentieus aanvoelt en Amerikaans-Engels niet. Of in ieder geval minder.

Even voordat ik mijn nieuwe vaste koffiezaak binnenloop, zie ik twee politiewagens staan. Verderop in de straat staat een ambulance. De setting oogt alarmerend, maar de sfeer is alles behalve. Gek. Er zijn geen sirenes, er is geen lawaai of heisa. Mijn nieuwsgierigheid speelt op, en als logisch gevolg draait mijn morele kompas overuren.

“Amsterdam Zuid steeds meer in trek bij ramptoerist.”

Minuten verstrijken. Mijn koffie koelt af, samen met de sfeer. Door het raam zie ik de ambulance wegrijden. Geluidloos, zonder verlichting. Ik trek de conclusie: deze persoon is niet meer. Het is vergankelijkheid op vier wielen. Wie zou het geweest zijn? Ik probeer het me voor te stellen en realiseer me dat er, terwijl ik dit doe, nog meer mensen overleden zijn. Ook daar kan ik vrij weinig aan doen. Een uur geleden was dit ‘gewoon’ nog een persoon. Een moeder of vader, een zoon of dochter. Een geliefde. Iemands pain in the ass. Een steun en toeverlaat. Al die dingen zal hij of zij altijd blijven. Maar dan nu enkel in herinnering.

De eigenaar komt naast me staan. Beduusd stelt hij zich voor als Bert. Hallo, Bert. Zijn ex-vrouw kan ieder moment bevallen van zijn eerste kindje. Hè toevallig, mijn schoonzus ook. Ik denk dat wel, maar ik zeg het niet. Daar is het moment er niet naar. De hond van de buurman zit geruisloos naast zijn voeten. Ik vraag ernaar, want ik vraag eerst en denk later. Zoals altijd eigenlijk. “Ze is van de jongen die zojuist zijn vader heeft verloren”, antwoordt hij. De lucht kleurt langzaamaan oranje en roze. Als dualiteit een kleur had, was de hemel ervan doordrenkt.

Wil je mijn stukjes per mail ontvangen? Kan hoor, klik. De laatste kun je hier zien.

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

1 Comment

  1. Jan

    11th feb 2019 - 3:29 pm

    Leuk verhaal, weer. Gr Jan Lokhoff

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *