Gember

“Het jaar is snel gegaan, hè?”

Ik gebruik mijn lepel om de gember omhoog te wippen om de brokken vervolgens weer terug in mijn thee in te plonzen. Daar zitten ze weer hoor. Oog in oog, tijdens de bi-maandelijkse sessie therapeutisch warme drank nuttigen met een oude liefde.

Ik kijk in zijn donkerbruine ogen en vraag me zoals altijd af wat er in zijn hoofd omgaat. Zijn ogen dragen mysterie in zich. Het is een genetisch cadeautje van zijn vader. Hij vraagt hoe het met mij gaat. “Mijn emmertje is een beetje vol”, zeg ik in mijn onwetendheid. Waarom deel ik dit?

“Mijne ook, maar ik doe er niks mee.”, reageert hij.

Ik grinnik.

“Ja, ik ga dan huilen om kleine dingen.”

Als je tussen de regels luistert, hoor je wat we eigenlijk tegen elkaar zeggen.

“Wat zijn we verschillend hè?”

“Ja, heel.”

Hij geeft antwoord op mijn vraag, ook al stelde ik hem niet hardop. Eerlijk oversteken, zeg ik tegen mezelf. Je kunt geen diepgang van een ander verlangen, als je zelf drijft in een zoute zee van oppervlakkigheid. Daarnaast kan ik heel goed een open boek zijn, mits ik zelf mag kiezen welke bladzijde ik opensla.

Ik vraag hem waarom we hier zitten. “Omdat jij me dan altijd even op mijn plek zet.” Ik wist dat al, maar wilde het van hem horen. Noem het een verzoekje van mijn voorspelbare ego. Ik stel meer vragen en hij vertelt. Van alles, maar niet alles. Sommige dingen veranderen nooit.

We lachen om elkaars domme grappen, om vrouwen, om geghost worden. Ik geef een preek die ik helemaal niet hoor te geven. Toch doe ik het, hij vraagt erom. Hij zou overigens ook nooit hardop zeggen dat ik mijn bek moest houden, ook al moet ik dat soms zeker. Misschien binnensmonds, maar dat hoor ik toch niet.

Onze gesprekken zie ik als tweerichtingsverkeer. Als hij leunt op mijn schouders krijg ik even het gevoel nodig te zijn. En vice versa. Maar écht nodig, hebben we elkaar al een jaar niet. Daar verandert dit gesprek niets aan. Mijn preek ook niet, trouwens. En toch hoop ik dat hij luistert. Het is mijn stukje naïviteit op z’n tijd.

Ik schraap mijn moed bijeen. “Zullen we onze koffie frequentie omlaag krikken?” Hij stemt ermee in, maar of we het erover eens zijn weet ik niet. Als hij het met me oneens was, zou hij het denk ik niet toegeven. Aan zichzelf niet, aan mij net zo min.

Ach. Wij zijn lang lang niet zo verschillend, hij en ik. In tegenstelling tot wat ik mezelf wijsmaak.

Tot in de lente. Ik zal je missen. Een beetje als kiespijn in paradijs. Alles is goed, maar ik kan er niet echt omheen.

Een dag later. Facebook zegt: “Gefeliciteerd! Je bent vandaag 5 jaar bevriend met Lisanne van Schie.” Zijn bericht popt op in mijn inbox. Dat gaat lekker, denk ik met een glimlach op mijn gezicht.

Over en uit.

Wil je mijn stukjes per mail ontvangen? Kan hoor, klik. De laatste kun je hier zien.

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *