Afstand

Het is 13:19 en zijn trein vertrekt over 5 minuten. “Schiet maar op, ik reken wel af.” Hij zet zijn zwarte backpack neer naast zijn koffer en slaat twee armen om me heen. Heel even maak ik me zorgen om zijn zwarte shirt en de concealer die ik vanochtend op mijn rechterwang smeerde, maar dan realiseer ik me weer waarom hij me knuffelt en verdwijnt die zorg als make-up in een schuimende facewash.

“Hey topper, ik zie je met kerstmis hè?”, hoor ik in mijn rechteroor.

Ik geef hem een halve knuffel terug want ik vind doei zeggen eigenlijk helemaal niet leuk.

“De week voor kerstmis!”

“Ja!” zeg ik een beetje beduusd.

Love you en tot snel!” Hij geef me een vlugge kus op de wang en weg is hij. Door dat neppe NS-poortje, op naar spoor 4b. En naar Amerika voor een onbepaalde tijdsspanne. Voor altijd hoop ik, ergens voor hem. Want een thuis heeft hij al jaren niet écht echt gehad. Op Venlo na dan. You can take the boy uit Venlo, but you can’t take Venlo out of the boy.

Ik draai me om, blij dat het moment weg is. De man in de witte blouse reikt de rekening toe en ik gooi wat losse euro’s uit mijn portemonnee. Normaal heb ik geen losgeld, maar vandaag heeft hij de jackpot. Of niet juist, want de fooi is schandalig laag. Even voel ik me een klootzak, maar dan denk ik aan zijn collega, die deed alsof er geen plek meer voor ons was terwijl er vijf tafels vrij waren, en dan vergeef ik het mezelf. “Ik ga toch zeker geen fooi bijpinnen voor een gemene bartender”, denk ik nog een keertje.

Ik loop het spoor op richting de trap omlaag, plug mijn half-kapotte oortjes in en verdwaal in mijn telefoon. Wie zal ik appen? Wil ik wel iemand appen? In de verte hoor ik een stem in een zoet Zuiderlijk accent roepen:

“Doei hè?”

Ik kijk op naar rechts, zie hem op het perron tegenover me staan en schiet in de lach. Als mijn oortjes het deden, had ik hem nooit gehoord. Bedankt, karige Apple earpod-kwaliteit.

“Doeeeeeeeei!”

Mijn stem breekt nog altijd geluidsbarrières. Heel Amsterdam Centraal mag het weten: IK HEB NET VOOR HEEL LANG DOEI GEZEGD TEGEN MIJN FAVORIETE VENLOOSE KAMERAAD. Een secondelang twijfel ik of ik blijf wachten om te zwaaien, maar het is godverdomme geen film en ik hoor ‘m al zeggen: “Je moet niet zo dramatisch doen, mafketel.”

Het afgelopen jaar was hij een veilige haven voor mij hier in Amsterdam. Een blok aan mijn been als ik wegzweefde, maar dan niet kut. Vanaf maandag zit hij aan de andere kant van de wereld. Ook al maakt dat volgens hem geen verschil; ik ben een prinses en heb mensen van wie ik hou het liefste om de hoek. Klaar voor een biertje, een goed gesprek of een knuffel. Samen het liefst.

“Als ik zit te procrastinaten op werk is het bij jou avond. Tijd genoeg om te kletsen” zei hij om mij op te vrolijken. Tevergeefs, want ook al heeft hij gelijk, ik zal hem missen als een lievelingsblouse waarvan één knoop ontbreekt.

Ik weet niet of en hoe een vriendschap van offline naar online werkt, want niemand is ooit “voorgoed” ver weg weggegaan. Ik las ooit dat de waarde van een relatie – wat voor een dan ook – niet bepaald wordt door de duur ervan of het labeltje dat je eraan hangt, maar door de band die je hebt.

Ik ben bijna de trap als de krokodillentranen langs mijn wangen lopen. Ik denk dat het klopt.

Mafketel zegt: “Tot kerstmis, gek!”

Meer lezen?

Ladder

Ladder

november 08, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019
Tijdmachine

Tijdmachine

juli 10, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *