Afscheid

Het is een warme lentedag in april. De bladeren kleuren net zo groen als mijn carrière. Ik stap het hoofdkwartier voor het eerst binnen; kersvers, piepjong en onervaren. Een masterdiploma op zak en een scherpe pen in mijn hand.” *

Ineens zijn we vier lentes verder. Ik kreeg op de eerste rang mee hoeveel bloed, zweet en pitches het kost om een reclamebureau van de F’jes naar de Grote Mensen League te krijgen. Meestal mocht ik mee knikkeren, soms mocht ik aan de zijlijn juichen. En altijd mocht ik schrijven.

We waren vijftig tinten groen, waarvan ik misschien nog wel het groenst. Wat weet je van de wereld als je iedere week in de Soos staat? Als je wel ouder bent geworden, maar niet echt wijzer? Als één van je weinige behaalde doelstellingen een papiertje met een titel is?

Vrij weinig, maar dat maakte niet uit. Onze groenheid sierde en dreef ons. Want als je graag genoeg wilt snappen, valt het kwartje uiteindelijk. Als je maar nooit arrogant genoeg bent om te denken dat je alles weet. Toegegeven: daar had ik af en toe een handje van. Maar ik wist ook, dat zelfbetering begint bij bewustwording.

Een vriendin leerde mij ooit dat er drie soorten kennis bestaan: dingen waarvan je weet dat je ze weet (denk: zwarte piet is racisme, of: de muts op mijn hoofd is rood), dingen waarvan je weet dat je ze niet weet (wie mijn fiets gepikt heeft), en dingen waarvan je niet weet dat je ze niet weet. Daar heb ik dus geen voorbeeld van. Spuit elf.

Ik leerde wel duizend dingen waarvan ik wist dat ik ze niet wist. En ik leerde een miljoen dingen waarvan ik niet wist dat ik ze niet wist. Van pixels en spotten tot schrijven en denken voor een merk in plaats van voor jezelf. Ik leerde hoe mijn werk nooit goed genoeg is, en hoe dat dan weer heel goed is. Soms dan.

Ik prijs mezelf rijk door de kansen die ik kreeg. Ook al kreeg ik ze soms enkel omdat het moest. Vaak kreeg ik ze omdat ze mij toevertrouwden. En soms kreeg ik ze omdat ik ze zelf opeiste. Het was een wervelwind en een achtbaan in één. Maar je ruikt het al: aan iedere achtbaan komt een eind. Het is tijd om het comfortabele moederschip in te ruilen voor iets nieuws. Iets engs. Een kans om te falen. Want alleen in het ongemakkelijke, kun je groeien. En ik hou daar wel van – een potje groeisprinten.

Waar ik dat ga doen, weet ik (nog) niet. Bij een bureau of merk dat bij mij past. Met humor, prachtwerk en dromen zo groot als het universum. Een bureau dat mijn morele dilemma’s, creativiteit en woordgrappen goed kan gebruiken. Totdat ik die plek heb gevonden, ga ik freelancen. De wereld ligt aan mijn voeten, niet op mijn schouders. Ik blijf het herhalen.

Och ja.

Zo wordt ons ineens mij. En wij ik.

Een gepast moment om afscheid te nemen is er nooit, dus zeg ik: duizendmaal dank Babs en Guy. Ook al plakten we elkaar wel honderd keer achter het behang. Ook al schopte ik tientallen keren tegen jullie schenen. Zonder wrijving geen glans, en wat mochten we glimmen. Mijn like hebben jullie. Altijd.

En onthoud: Ebi zij met u.

Zelfpromotie alert – concept, copy of strategie uit mijn brein? Stuur een mailtje.

Wil je mijn stukjes per mail ontvangen? Kan hoor, klik. De laatste kun je hier zien.

* Voor de oplettende lezer, dit komt uit mijn FONK magazine column

Meer lezen?

31 december

31 december

februari 02, 2020
Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *