31 december

Het is bijna 2020 en ik ben al 27 jaar op deze wereld. Het jaar zit erop en het was wederom bewogen. Het vooruitzicht op het nieuwe jaar maakt me meer nieuwsgierig dan nostalgisch, toch blik ik vanavond terug. Ik ben dit jaar op allerlei manieren in het diepe gesprongen.

Allereerst op werkvlak: ik stopte met mijn vaste, veilige baan. Freelancen? Dat zou ik wel ‘ff doen. Welke pepernoot gaat er van vol werken naar vol freelancen, vraag je je dan af. Ik dus. De eerste maanden moest ik nadenken over mijn professionele hokje. Ben ik de ideeënmachine? Bepaal ik alleen de strategie? Ben ik schrijver pur sang? Kan ik niet alledrie zijn? Ik heb toch alles gedaan? Spoiler alert: dat kan niet. Het kan wel, maar dan word je in géén van allen het beste. Althans: dat vindt ‘men’.

Ik peinsde me suf. Uiteindelijk kreeg ik vanzelf richting door gewoon te doen. Altijd op gevoel. En vervolgens door op te letten waar mensen me voor belden. Nu weet ik wat ik stiekem altijd al wist: ik kan bouwen op mijn scherpe pen, mijn humor en mijn slimme verstand. Welke traditionele functietitel daarbij hoort, ist mir wurst. Ik weet ook waar ik blij van word: mooi werk maken met mooie mensen (met humor).

Een tijd lang zocht ik balans tussen risico’s nemen en mijn gevoel volgen. Dat was vrij taai. Ik zeg nu wel ‘was’, maar bedoel natuurlijk ‘is’, want nog steeds twijfel ik aan mezelf. Ga ik deze opdracht doen? Wat brengt het me? Dat heeft niks te maken met geld; het gaat om gevoel. En het is ook tweerichtingsverkeer: welke waarde voeg ik toe? Wat kunnen zij mij leren? Het liefst is het 50/50, maar dat lukt niet altijd en dat is nu oké. Die twijfel voel ik ook tijdens projecten. Hoe vaak ik denk: Hoe. De. Fuck. Ga. Ik. Dit. Fixen? Fun fact: je kunt het altijd fixen. Oké, bíj́na altijd.

Ik heb voor mijn gevoel één keer hard gefaald. Ik werd gevraagd om mee te werken aan een campagne voor een groot Nederlands merk. Het merk zelf deed me weinig, maar het bureau wel. Op papier. De creatief met wie ik samenwerkte moest dezelfde rol als ik vervullen, hoewel zij meer ervaring had. Ik voelde me onzeker en proefde dat zij ontevreden was in haar rol. Voor het eerst in vijf jaar lukte het me niet om samen te werken. Mijn gretigheid en trots weerhielden me ervan om aan de bel te trekken. “Jongens, ik denk dat jullie beter iemand anders kunnen bellen!” had ik moeten zeggen. Toen zeiden zij het. Weliswaar met hand in eigen boezem, maar toch voelde het alsof ik tekort schoot. Dat was ook zo.

Mijn ego deed zeer en ik was een illusie armer. Ik had één kans om me te bewijzen, en die voelde vervlogen. ‘Nu zullen zij nooit weten wat ik kan!’ cirkelde door mijn hoofd. Het idee dat ik tekort kan schieten, vond ik moeilijk te accepteren. Het was (semi) onbekend terrein – in ieder geval op professioneel vlak. Op persoonlijk vlak kan ik daar nog wel een boekje over opendoen. Dit alles was een lesje nederigheid. Ik moest erop vertrouwen dat ik op de juiste plek terecht zou komen met mensen die mij echt nodig hebben en vice versa.

Zo zou geschieden. Ik werkte voor allerlei heerlijke merken (Greenpeace, Picl, Netflix, Jack Daniel’s etc.) en kon ineens met een gerust hart ‘neh’ zeggen tegen opdrachten. En de klapper op de vuurpijl: ik mag al vijf maanden met de grootste lol* voor Netflix bedenken, maken en schrijven. Ik wou dat je kon voelen hoe dankbaar ik ben om zoveel te kunnen lachen in mijn leven. En dat ik daarmee mijn belachelijk dure Amsterdamse leven kan onderhouden, is ook mooi meegenomen.

Dat was wel een dingetje: geld. Voor het eerst in mijn leven moest ik écht nadenken over mijn financiële plan. Ik realiseer me hoe bevoorrecht ik ben omdat ik hier nota bene zelf voor heb gekozen. In het begin vroeg mijn work husband veel makkelijker om (een smak) geld dan ik, terwijl hij net zo goed is als ik. Dat heeft allemaal te maken met eigenwaarde, bescheidenheid en ballen. En ook met liefde voor wat je doet. Ik blijf het namelijk gek vinden om geld te krijgen voor iets wat ik oprecht leuk vind. Als ik een opdracht stiekem niet zo gaaf vind, heb ik daar trouwens heel weinig moeite mee. Krom is dat eigenlijk, want als je iets leuk vindt, ben je er beter in. Oh well.

De allergrootste les zit hem in dat vergrootglas. Ik leerde dat ik zelftwijfel goed voor me is. Het houdt me bescheiden, want ik sla soms door in mijn trots. Logisch: ik heb het nodig. Ideeën en plannen moeten verkocht worden. Als ik iets pitch, moet ik trots zijn op wat ik presenteer. Nepheid zit in mijn allergie. Ik kan en wil niet doen alsof. Trots is mijn kracht en vloek tegelijk. Hoe ik dit alles weet? Door urenlang tegen mijn coach aan te lullen. Hij leerde me op een nieuwe manier te praten over mezelf en te luisteren. Ik kan het (en hem) iedereen aanraden.

Mijn 2019 is samen te vatten met de volgende woorden: iedereen doet maar wat. Dus je shit verliezen omdat iets niet wil lukken, is niets om je voor te schamen. ‘Ja’ zeggen op een klus omdat je net begonnen bent en geld nodig hebt omdat je een prins(es) bent, is niets om je voor te schamen. Daten met mensen waarvan je al lang en breed weet dat ze crazy eyes hebben maar het toch uittesten, is niets om je voor te schamen. Niet weten waar je over een jaar, een maand, of zelfs een week staat in je carrière, is niets om je voor te schamen. Het leven is relatief kort, de aarde staat in brand en we hebben het verdomd goed hier. Plus: iedereen doet maar wat, dus fuck it ook. Zoals mijn favoriete Londoner altijd zei: “You do you boo.”

* Shoutout to Maggy you legend
Photo credit: Carlota Guerrero

Meer lezen?

Alarm

Alarm

november 18, 2019
Thuis

Thuis

september 07, 2019
Afstand

Afstand

augustus 27, 2019

1 Comment

  1. Aunti (Linda)

    2nd feb 2020 - 5:23 pm

    Yes girl you CAN do it and I love you for it……..🤗

Reageren?

Your email address will not be published. Required fields are marked *